print sitemap zoeken disclaimer contact

Schijnconstructies

Bedrijfsleider van restaurant is ondernemer

Met het Deliveroo-arrest is een (nieuwe) standaard geformuleerd voor het beoordelen van een arbeidsrelatie; is er sprake van een arbeidsovereenkomst of van een overeenkomst van opdracht? De Hoge Raad formuleerde in zijn arrest negen criteria op basis waarvan de arbeidsrelatie moet worden beoordeeld:

  1. De aard en de duur van de werkzaamheden; 
  2. De manier waarop de werkzaamheden en werktijden zijn bepaald; 
  3. De mate waarin de werkzaamheden en opdrachtnemer onderdeel zijn van de organisatie van de opdrachtgever; 
  4. Is er wel of geen verplichting om het werk persoonlijk uit te voeren?
  5. Op welke manier zijn de afspraken tussen partijen tot stand gekomen?
  6. Hoe is de hoogte van de beloning bepaald en hoe wordt deze uitbetaald;
  7. De hoogte van de beloning; 
  8. De mate waarin de opdrachtnemer bij de opdracht commercieel risico loopt; 
  9. De mate waarin de opdrachtnemer zich als ondernemer gedraagt (waaronder het aantal opdrachtgevers).

In veel, overwegend arbeidsrechtelijke, geschillen past de rechter de geformuleerde criteria nu toe bij het beoordelen van de arbeidsrelaties.

Procedure bedrijfsleider pannenkoekenrestaurant

In een procedure bij de Rechtbank Rotterdam d.d. 11 maart 2025 (ECLI:NL:RBROT:2025:2692) werd er geprocedeerd door een bedrijfsleider van een pannenkoekenrestaurant. De samenwerking met de bedrijfsleider werd beëindigd vanwege de verdenking van diefstal. De bedrijfsleider claimde dat hij had gewerkt op basis van een arbeidsovereenkomst en vorderde een transitievergoeding, een vergoeding wegens onregelmatige opzegging en een billijke vergoeding. Per Deliveroo-criterium beoordeelt de Rechtbank vervolgens de kwalificatie van de arbeidsrelatie:

Aard en duur van de werkzaamheden

De bedrijfsleider heeft vanaf 1 juni 2024 tot 5 oktober 2024 werkzaamheden verricht voor gemiddeld (circa) 38 uur per week. Uit wat partijen hebben aangevoerd, begrijpt de kantonrechter dat hij voor een deel gelijksoortige werkzaamheden verrichtte (zoals de kassawerkzaamheden) als de andere medewerkers, maar dat de bedrijfsleider, anders dan zij, daarnaast ook andere verantwoordelijkheden en taken had, waarmee hij zich in de rustige uren bezig hield. Het gaat dan onder meer om het inwerken van nieuwe medewerkers en het ontplooien van initiatieven om de onderneming nieuw leven in te blazen.

Over de tussen partijen afgesproken duur van de samenwerking wordt opgemerkt dat in de overeenkomst van opdracht, is opgenomen dat de rechtsverhouding voor een jaar wordt aangegaan. Overwogen wordt dat de aard van de werkzaamheden en de afgesproken duur van de samenwerking geen duidelijke aanwijzingen vormen dat hier sprake is (geweest) van een overeenkomst van opdracht of van een arbeidsovereenkomst.

De wijze waarop de werkzaamheden en de werktijden worden bepaald

Op dit onderdeel heeft de bedrijfsleider er op gewezen dat zijn werktijden, die samenhingen met de openingstijden van het restaurant, door het pannenkoekenrestaurant werden bepaald. Hij heeft ook aangevoerd dat restaurant erop bleef aandringen dat hij de inhoud van zijn werkzaamheden steeds verder zou uitbreiden, dat zij hem steeds gedetailleerde instructies gaf met betrekking tot de werkzaamheden die hij diende te verrichten en de wijze waarop hij dat moest doen. Dit alles wijst in de richting van een arbeidsovereenkomst.

De inbedding van het werk en degene die de werkzaamheden verricht in de organisatie en de bedrijfsvoering van degene voor wie de werkzaamheden worden verricht

Met betrekking tot dit gezichtspunt heeft de bedrijfsleider gesteld dat zijn functie geheel was ingebed in de organisatie, dat hij zij-aan-zij werkte met andere medewerkers die gelijksoortige werkzaamheden verrichtten, dat hij werkzaamheden deed die behoorden bij de ‘core business’ en dat hij voor derden herkenbaar was aan haar, door hem gedragen bedrijfskleding.

Dat alles wijst erop dat de tussen partijen overeengekomen werkzaamheden van de bedrijfsleider waren ingebed in de organisatie en bedrijfsvoering van het restaurant. Dat vormt dus een aanwijzing voor het bestaan van een arbeidsovereenkomst.

Daartegenover staat echter dat niet is gesteld of gebleken is dat de bedrijfsleider gebonden was aan binnen de organisatie van het restaurant geldende (verlof)regelingen of dat er bijvoorbeeld periodiek functioneringsgesprekken met hem werden gevoerd, zoals bij een arbeidsovereenkomst te doen gebruikelijk is. Zo bezien was hij dus niet in de organisatie ingebed.

Het al dan niet bestaan van een verplichting het werk persoonlijk uit te voeren

In die overeenkomst is onder het kopje ‘nakoming en vervanging’ slechts bepaald dat de opdrachtnemer de opdrachtgever onmiddellijk moet informeren als hij (voorziet dat hij) zijn verplichtingen niet correct kan nakomen. Het ontbreken van een bepaling over het al dan niet mogen sturen van een vervanger, wijst naar het oordeel van de kantonrechter in de richting van een arbeidsovereenkomst.

De wijze waarop de contractuele regeling van de verhouding van partijen tot stand gekomen is

Het gegeven dat de bedrijfsleider, anders dan het restaurant in eerste instantie voor ogen had, de wens had op basis van een overeenkomst van opdracht met elkaar in zee te gaan, in combinatie met de inhoud van de door hem aangeleverde, door hem vaker gebruikte modelovereenkomst, en de omstandigheid dat partijen vervolgens zijn gaan samenwerken, wijst duidelijk op een overeenkomst van opdracht.

De wijze waarop de beloning wordt bepaald en waarop deze wordt uitgekeerd

Uit wat partijen hebben aangevoerd, blijkt dat zij uiteindelijk zijn uitgekomen op een uurtarief van € 30,- exclusief btw, wat volgens het restaurant in overeenstemming was met het gebruikelijke zzp-tarief voor werkzaamheden als deze.

De bedrijfsleider heeft de door hem in een bepaalde week gewerkte uren wekelijks gefactureerd, waarbij telkens het uurtarief van € 30,- in acht is genomen en ook 21% btw in rekening is gebracht. Er is op de betaalde facturen geen loonbelasting ingehouden, wat wel te doen gebruikelijk is bij een arbeidsovereenkomst. Er zijn ook geen loonstroken verstrekt. Het voorgaande vormt eveneens een sterke aanwijzing voor het aannemen van een overeenkomst van opdracht.

De hoogte van deze beloningen

Over de hoogte van de beloning heeft de bedrijfsleider niets gesteld terwijl volgens het restaurant het afgesproken uurtarief in lijn is met het gebruikelijke zzp-tarief voor werkzaamheden als hier aan de orde.

Nu niet is gesteld dat de bedrijfsleider als werknemer eenzelfde beloning zou hebben ontvangen, impliceert de overeengekomen beloning het bestaan van een overeenkomst van opdracht.

De vraag of degene die de werkzaamheden verricht daarbij commercieel risico loopt

De bedrijfsleider heeft op gesteld dat hij geen commerciële risico’s droeg. Dat strookt echter niet met het feit dat in de overeenkomst van opdracht is opgenomen dat de bedrijfsleider een beroeps- en/of aansprakelijkheidsverzekering heeft afgesloten die in voldoende mate dekking biedt tegen schade die kan ontstaan bij of als gevolg van de uitvoering van de overeengekomen werkzaamheden. De bedrijfsleider heeft ter zitting ook bevestigd dat hij zo’n verzekering had. Dat wijst dan ook op het bestaan van een overeenkomst van opdracht.

De vraag of degene die de werkzaamheden verricht zich in het economisch verkeer als ondernemer gedraagt of kan gedragen

Hier is van belang dat de bedrijfsleider al vanaf 2017 in het handelsregister is ingeschreven als eenmanszaak, en de handelsnaam ook heeft opgenomen in de door hem aangereikte (model) overeenkomst van opdracht. Vast staat verder dat hij de samenwerking tussen partijen  in de vorm van een overeenkomst van opdracht wilde gieten en de werkzaamheden dus als zzp’er wilde uitvoeren. Daaraan is vervolgens ook uitvoering gegeven doordat hij zijn beloning wekelijks heeft gefactureerd, vermeerderd met 21% btw.

Noot fiscaal jurist inzake schijnzelfstandigheid

Gelet op alle omstandigheden van dit geval, ook in onderling verband bezien, komt de kantonrechter tot de slotsom dat de tussen partijen gesloten overeenkomst niet kan worden aangemerkt als arbeidsovereenkomst.

De beoordeling van de arbeidsrelatie door de kantonrechter laat zien dat het voor een gewone sterveling niet eenvoudig is de arbeidsrelatie te beoordelen. Alle feiten en omstandigheden worden in aanmerking genomen en gewogen. Dat gebeurt per arbeidsrelatie dus als u met meerdere zelfstandigen werkt moet in elke situatie deze afweging worden gemaakt. Succes!

Bron schijnzelfstandigheid

Rechtbank Rotterdam d.d. 11 maart 2025 (ECLI:NL:RBROT:2025:2692) 

Vragen over schijnzelfstandigheid of boekenonderzoek belastingdienst over zelfstandige of niet?

Bedrijfsnaam

*

Naam

*

Aantal medewerkers

Bent u tevreden over uw belastingadviseur :

Wilt u een vrijblijvende offerte / advies ontvangen?

Opmerkingen/vragen

Ja, ik ga akkoord met de verwerking van mijn gegevens. Jongbloed Fiscaal Juristen NV mag mij per e-mail info sturen en mijn persoonlijke gegevens gebruiken om mijn interessegebieden vast te stellen zoals hier beschreven, en ik ben me ervan bewust dat ik op elk moment mijn toestemming kan intrekken.

Deel deze pagina

Laatste update op 21-03-2025
Artikel gemaakt op 21-03-2025
Dit artikel (of blog of voorbeeldovereenkomst) is met aandacht en zorgvuldigheid geschreven, maar bevat informatie van algemene en informatieve aard. De informatie in dit artikel kan, afhankelijk van de omstandigheden van uw specifieke geval, niet of verminderd van toepassing zijn. De informatie in dit artikel dient derhalve niet als fiscaal/juridisch advies te worden beschouwd. Jongbloed Fiscaal Juristen N.V., haar medewerkers en of haar vestigingen/deelnemingen aanvaarden dan ook geen enkele aansprakelijkheid voor de gevolgen van het gebruik van de informatie uit het artikel.
U bevindt zich hier : Jongbloed Fiscaal Juristen Uitgelicht Schijnconstructies Bedrijfsleider restaurant is ondernemer

Jongbloed Fiscaal Juristen - Disclaimer - Zoeken - Sitemap