print sitemap zoeken disclaimer contact

Boetes Belastingdienst

Vergrijpboete terecht of niet?

Belastingdienst moet boete overtuigend aantonen

Het opleggen van boetes door de Belastingdienst is een veel voorkomende gebeurtenis. Er kan sprake zijn van verzuimboetes (te laat aangifte gedaan of te laat betaald) of van vergrijpboetes (opzettelijk foutief aangifte gedaan). Dat laatste komt sneller voor dan menigeen denkt; onder het motto “iedere Nederlander behoort de wet te kennen" wordt opzet of grove schuld door de Belastingdienst helaas al snel aangenomen. In april 2022 heeft de Hoge Raad arrest gewezen over de onderbouwing van de boete door de Belastingdienst. De Belastingdienst moet overtuigend aantonen dat "deze belastingplichtige" echt dat vergrijp heeft begaan. Er kan weer iets meer (opgelucht) adem worden gehaald.

Doet u opzettelijk geen aangifte of een onjuiste of onvolledige aangifte, dan krijgt u van de Belastingdienst een vergrijpboete opgelegd, tenminste dit kan de Belastingdienst doen. Er kan ook een vergrijpboete worden opgelegd bij een navorderingsaanslag. De Belastingdienst mag alleen ene vergirjpboete opleggen als aantoonbaar sprake is van opzet (willens en wetens handelen) of grove schuld (voorwaardelijke opzet, willen staat centraal, lichtvaardig of slordig handelen). Bij bepaalde boetes is zelfs grove schuld niet voldoende, opzet lijkt de ondergrens (bij een vergrijpboete). Boete is bij grove schuld meestal lager dan bij voorwaardelijke opzet.

De belastingdienst moet dus overtuigend aantonen (doen blijken) dat sprake is van grove schuld of opzet omdat de waarborgen van het EVRM (Europees verdrag voor de rechten van de mens) ook meespelen. De belastingplichtige moet dus weten dat hij iets fout deed (en bewust).

Belastingdienst moet vergrijpboete overtuigend aantonen

Sinds de uitspraak van de Hoge Raad van 8 april 2022 (ECLI:NL:HR:2022:526) geldt dat de inspecteur een fiscale overtreding overtuigend moet aantonen bij het opleggen van een boete; aannemelijkheid is onvoldoende. Deze zwaardere bewijsmaatstaf heeft geleid tot toenemende aandacht voor de wijze waarop bewijs in fiscale boetezaken wordt beoordeeld. Omdat fiscale boetes een punitief karakter hebben (boete is bedoeld om te straffen), ligt aansluiting bij strafrechtelijke waarborgen voor de hand, waaronder het hanteren van bewijsminima. In het strafrecht gelden immers bewijsminima om lichtvaardige veroordelingen te voorkomen; dat zou ook in het fiscale boeterecht wenselijk zijn. De huidige vrije bewijsleer in het fiscale recht kan leiden tot subjectieve beoordelingen en ongelijke uitkomsten, zoals bleek bij de Luxemburgse bankrekeningzaken. Bewijsminima zouden bijdragen aan rechtszekerheid, bescherming tegen willekeur en betere aansluiting bij artikel 6 EVRM, dat strikte eisen stelt aan bewijs in punitieve procedures. Hoewel tegenstanders wijzen op het belang van flexibiliteit, sluiten bewijsminima een zorgvuldige en flexibele beoordeling van complex bewijs niet uit. De auteur pleit daarom voor invoering van bewijsminima in het fiscale boeterecht, in lijn met de oproep van A-G Koopman op 5 juli 2024 (ECLI:NL:PHR:2024:774) , ter versterking van de rechtspositie van de belastingplichtige.

Krijgt u een boete? Schakel een specialist in die u bijstaat in uw communicatie met de Belastingdienst.

Soorten vergrijpboete

Er zijn meerdere soorten vergrijpboetes, de belangrijkste:

  1. Belasting is opzettelijk (of grove schuld) niet betaald (of niet volledig betaald), artikel 67f ZWR
  2. Opzettelijk niet of onjuist aangifte doen (voor aanslagbelasting), artikel 67d AWR
  3. Bij navordering mits sprake van opzet (of grove schuld) en er te weinig belasting is betaald, artikel 67e AWR
  4. Informatieverplichting niet nakomen (uit eigen beweging), artikel 10a AWR
  5. Opzettelijk onjuiste informatie of inlichtingen verstrekken bij verzoek voorlopige aanslag, artikel 67cc AWR

Handreiking fiscaal beleid bij opleggen boetes

Voor de formele kant en het standpunt van de belastingdienst is er informatie beschikbaar over de wijze waarop de belastingdienst fiscale boetes kan opleggen (lees hier de handreiking uit een WOO onderzoek), vertrekpunt in deze discussie is artikel 5:49 AWB en artikel 67 AWR, dit in combinatie met het besluit bestuurlijke boeten (pagraaf 13).

Standpunt kennisgroep belastingdienst

Het beleid van de belastingdienst inzake het instellen van een schuldonderzoek bij een boete is openbaar gemaakt in augustus 2023. Er is verzocht om openbaarmakeing van alle interne stukken waarin vastlegging heeft plaatsgevonden over het beleid met betrekking tot het (zuivere) schuldonderzoek (ad titel 5.2 AWB). In dit stuk vindt u werkinstructies, interne memo's, standpunten, notulen van vergaderingen etc. Het stukken kunt u hier raadplegen.  Een aantal zaken vallen op:

  • Voor de matiging van een boete wordt ook naar het huidige gedrag gekeken
  • Voor verzuimboetes is minder ruimte voor responsief handhaven
  • Vragen stellen over de boete toegestaan maar belastingplichtige kan zich beroepen op zijn zwijgrecht (artikel 5:10a AWB)
  • Hoe moet een onderzoek inzake DGA salaris plaatsvinden
  • Stappenplan inzake opleggen van een boete
  • Hoe werkt het schuldonderzoek
  • Wanneer melding mogelijke fraudezaak

Navorderingsaanslag vennootschapsbelasting met boete

Belanghebbende heeft aangifte gedaan met een belastbaar bedrag van € 27.000. Er worden aanslagen opgelegd en hiermee is de zaak voorlopig afgerond. In 2012 wordt een boekenonderzoek aangekondigd. Er volgt discussie over aftrekbare kosten ad € 1.200.000. Er zou 2x gefactureerd zijn voor dezelfde kosten. Tevens wordt een vergrijpboete van 75% aangekondigd in verband met opzet en listigheid. Aan belanghebbende is vervolgens een navorderingsaanslag opgelegd met een boete van ruim € 210.000. De boete is in de bezwaarprocedure verminderd tot € 85.000. Tijdens de procedure bij de Rechtbank is de boete verminderd tot € 50.000.

Het Hof stelt voorop dat de boetebeschikking, waarbij het aan (voorwaardelijk) opzet van belanghebbende wordt geweten dat de aanslag vennootschapsbelasting 2010 / 2011 tot een te laag bedrag is opgelegd, terecht is. Naar het oordeel van het Hof heeft de Inspecteur aannemelijk gemaakt dat op het moment van het doen van de aangifte sprake was van voorwaardelijke opzet gericht op het doen van onjuiste aangifte. Deze voorwaardelijke opzet was gebaseerd op het feit dat sprake was van dubbele facturering en dubbele aftrek van kosten. In dergelijke gevallen wordt, aldus het Gerechtshof, in beginsel een boetebeschikking van 50% van het nagevorderde bedrag opgelegd. De boete wordt - in verband met overschrijding van de redelijke termijn - nog wel iets verminderd tot € 40.000.

Vergrijpboete bij onjuiste verzending aanmaning

De Hoge Raad heeft in 2022 (ECLI:NL:HR:2022:1341) bepaald dat er geen vergrijpboete kan worden opgelegd wegens het opzettelijk niet doen van aangifte als belastingplichtige niet eerst op de voorgeschreven wijze is aangemaand. Als de inspecteur weet dat (of kon weten) dat een aanslag naar een onjuist adres wordt gestuurd komt dit voor rekening van de inspecteur. In deze casus ging het om een vergrijpboete die is opgelegd tijdens een boekenonderzoek. De boete had betrekking op het opzetting niet doen van aangifte. Er is een aanmaning aan het huisadres van X gestuurd, terwijl de inspecteur wist dat X in voorlopige hechtenis zat. De boete moet dan worden vernietigd !

Vergrijpboete moet worden gemotiveerd

De Hoge Raad is het niet eens met de conclusie van het Gerechtshof. Hij grijpt daarbij terug op het Europese Verdrag van de Rechten van de Mens (EVRM). De waarborgen van dit Europese verdrag maken, dat de bewijslast op de belastinginspecteur rust dat de belanghebbende in geval van twijfel het voordeel van de twijfel moet worden gegund. Dit betekent dat de aanwezigheid van een bestanddeel van een beboetbaar feit alleen kan worden aangenomen als de feiten en omstandigheden buiten een redelijke twijfel komen vast te staan. In wat normaler Nederlands: u bent onschuldig tenzij het tegendeel wordt bewezen.

Noot fiscaal jurist inzake vergrijpboete bij boekenonderzoek

Het komt er dus op aan of de belanghebbende op het moment van het doen van de aangifte wist of zich ervan bewust moest zijn, dat door inhoudelijke gebreken in de aangifte een aanzienlijk bedrag aan verschuldigde belasting niet zou worden geheven. Met andere woorden, fouten maken is menselijk en leidt niet direct tot vergrijpboetes. Dat wordt pas anders als u de fout op het moment van het doen van aangifte moest weten. De vaststelling dat belastingplichtige iets had behoren te weten is niet voldoende om te beoordelen dat er sprake is van voorwaardelijke opzet. Daarvoor moet vaststaan (1) dat hij de wetenschap had van de aanmerkelijke kans dat te weinig belasting zou worden geheven (2) en dat hij deze kans bovendien bewust heeft aangevraagd (3), zie hiertoe ook de Hoge Raad in februari 2022 (onder 2.4.1). De Hoge Raad verwijst de zaak vervolgens naar een ander Gerechtshof.

Bronnen vergrijpboete

Gerechtshof Den Bosch 23 juli 2020, ECLI:NL:GHSHE:2020:2352

Hoge Raad 8 april 2022, ECLI:NL:HR:2022:526

Hoge Raad 15 april 2011, ECLI:NL:HR:2011:BN6324

MB/DJ

Deel deze pagina

Laatste update op 25-03-2025
Artikel gemaakt op 11-04-2022
Dit artikel (of blog of voorbeeldovereenkomst) is met aandacht en zorgvuldigheid geschreven, maar bevat informatie van algemene en informatieve aard. De informatie in dit artikel kan, afhankelijk van de omstandigheden van uw specifieke geval, niet of verminderd van toepassing zijn. De informatie in dit artikel dient derhalve niet als fiscaal/juridisch advies te worden beschouwd. Jongbloed Fiscaal Juristen N.V., haar medewerkers en of haar vestigingen/deelnemingen aanvaarden dan ook geen enkele aansprakelijkheid voor de gevolgen van het gebruik van de informatie uit het artikel.
U bevindt zich hier : Jongbloed Fiscaal Juristen Kennisbank Formeel belastingrecht Boetes Belastingdienst Vergrijpboete terecht

Jongbloed Fiscaal Juristen - Disclaimer - Zoeken - Sitemap