Geen vergrijpboete door fout boekhouder
Een ondernemer (projectontwikkelaar) brengt omzetbelasting in aftrek, dit was fout. De fout wordt (bewust?) gemaakt door het administratiekantoor van de ondernemer. Een fout van het administratiekantoor, bewust of onbewust, mag niet op het bordje van de belastingplichtige / ondernemer worden gelegd, stelt de rechter!
Doet u opzettelijk geen aangifte of een onjuiste of onvolledige aangifte, dan krijgt u van de Belastingdienst een vergrijpboete opgelegd, tenminste dit kan de Belastingdienst doen. Er kan ook een vergrijpboete worden opgelegd bij een navorderingsaanslag. De Belastingdienst mag alleen ene vergirjpboete opleggen als aantoonbaar sprake is van opzet (willens en wetens handelen) of grove schuld (voorwaardelijke opzet, willen staat centraal, lichtvaardig of slordig handelen). Bij bepaalde boetes is zelfs grove schuld niet voldoende, opzet lijkt de ondergrens (bij een vergrijpboete). Boete is bij grove schuld meestal lager dan bij voorwaardelijke opzet.
De belastingdienst moet dus overtuigend aantonen (doen blijken) dat sprake is van grove schuld of opzet omdat de waarborgen van het EVRM (Europees verdrag voor de rechten van de mens) ook meespelen. De belastingplichtige moet dus weten dat hij iets fout deed (en bewust).
Belastingdienst moet vergrijpboete overtuigend aantonen
Sinds de uitspraak van de Hoge Raad van 8 april 2022 (ECLI:NL:HR:2022:526) geldt dat de inspecteur een fiscale overtreding overtuigend moet aantonen bij het opleggen van een boete; aannemelijkheid is onvoldoende. Deze zwaardere bewijsmaatstaf heeft geleid tot toenemende aandacht voor de wijze waarop bewijs in fiscale boetezaken wordt beoordeeld. Omdat fiscale boetes een punitief karakter hebben (boete is bedoeld om te straffen), ligt aansluiting bij strafrechtelijke waarborgen voor de hand, waaronder het hanteren van bewijsminima. In het strafrecht gelden immers bewijsminima om lichtvaardige veroordelingen te voorkomen; dat zou ook in het fiscale boeterecht wenselijk zijn. De huidige vrije bewijsleer in het fiscale recht kan leiden tot subjectieve beoordelingen en ongelijke uitkomsten, zoals bleek bij de Luxemburgse bankrekeningzaken. Bewijsminima zouden bijdragen aan rechtszekerheid, bescherming tegen willekeur en betere aansluiting bij artikel 6 EVRM, dat strikte eisen stelt aan bewijs in punitieve procedures. Hoewel tegenstanders wijzen op het belang van flexibiliteit, sluiten bewijsminima een zorgvuldige en flexibele beoordeling van complex bewijs niet uit. De auteur pleit daarom voor invoering van bewijsminima in het fiscale boeterecht, in lijn met de oproep van A-G Koopman op 5 juli 2024 (ECLI:NL:PHR:2024:774) , ter versterking van de rechtspositie van de belastingplichtige.
Krijgt u een boete? Schakel een specialist in die u bijstaat in uw communicatie met de Belastingdienst.
Soorten vergrijpboete
Er zijn meerdere soorten vergrijpboetes, de belangrijkste:
- Belasting is opzettelijk (of grove schuld) niet betaald (of niet volledig betaald), artikel 67f ZWR
- Opzettelijk niet of onjuist aangifte doen (voor aanslagbelasting), artikel 67d AWR
- Bij navordering mits sprake van opzet (of grove schuld) en er te weinig belasting is betaald, artikel 67e AWR
- Informatieverplichting niet nakomen (uit eigen beweging), artikel 10a AWR
- Opzettelijk onjuiste informatie of inlichtingen verstrekken bij verzoek
voorlopige aanslag, artikel 67cc AWR
Door fout boekhouder een boete krijgen
De projectontwikkelaar heeft BTW over een verbouwing van een bedrijfspand in aftrek gebracht. Het gebouw wordt vervolgens verhuurd aan een niet-BTW-plichtige ondernemer, een zorginstelling. De Belastingdienst eist de verrekende BTW terecht terug en legt een vergrijpboete op van 25%, ruim € 33.000. Volgens de Belastingdienst is sprake van grove schuld bij de projectontwikkelaar. De Belastingdienst stelt hieromtrent het volgende:
- De projectontwikkelaar had moeten weten dat de BTW niet verrekenbaar was.
- Advies van de boekhouder is slecht onderbouwd, dat had de projectontwikkelaar moeten doorzien.
- Fiscaliteit is binnen de projectontwikkeling belangrijk, enige kennis mag dan worden verondersteld.
De ondernemer stelt vrij eenvoudig: "aan mijn kant is geen sprake van grove schuld, ik heb mij laten adviseren door een adviseur waarvan ik mocht denken dat die deskundig was." Het advies is door de boekhouder gegeven en de aangifte is ook door de boekhouder ingediend.
Rechter over vergrijpboete bij boekhouder / accountant
De rechter stelt dat opzet / grove schuld bij de adviseur nog niet uitsluit dat er ook geen opzet / grove schuld bij de ondernemer aanwezig is. In dit verband is het volgende van belang:
- Heeft de ondernemer de zorg betracht die redelijkerwijs van hem mag worden gevraagd bij de keuze van de adviseur?
Als aan de deskundigheid van de adviseur niet hoeft te worden getwijfeld, is er geen reden om van de ondernemer veel te verwachten, de ondernemer mag hier dan op vertrouwen. De bal (stelplicht en bewijsplicht) ligt dan bij de Belastingdienst. De ondernemer heeft voldoende weersproken en bewezen dat hij niet aan de adviseur hoefde te twijfelen, dit is onvoldoende door de Belastingdienst weersproken. Ook wordt de fiscale kennis bij de ondernemer onvoldoende onderbouwd.
Hoge Raad inzake vergrijpboete
In 2022 heeft de Hoge Raad een arrest gewezen over de term "bewust". Een autohandelaar heeft een naheffingsaanslag BTW met een vergrijpboete ontvangen. De reden is dat de handelaar door de gebrekkige administratie had moeten inzien dat hij geen recht had op de levering van auto's tegen het nultarief. Hij had moeten weten dat hij niet aannemelijk zou kunnen maken dat de auto's naar een andere EU lidstaat zijn vervoerd. Ook had de handelaar zijn adviseur niet zomaar mogen vertrouwen. De Hoge Raad denkt hier anders over. Voorwaardelijke opzet is niet aan de orde. Aan de handelaar kan niet de voor opzet vereiste "bewustheid" met betrekking tot de onjuiste aangifte worden verweten, aldus ons hoogste rechtscollege. Verder kunnen de omstandigheden dat belanghebbende geen openheid van zaken heeft gegeven en dat hij het laakbare van zijn gedragingen niet heeft ingezien, niet bijdragen aan het oordeel dat hij bewust fouten heeft gemaakt. De Hoge Raad vernietigd de vergrijpboete en verwijst de zaak naar een ander Gerechtshof.
Waarmee kunnen wij u helpen?
De kans op een onjuiste aangifte is door de ingewikkeldheid / complexiteit van het belastingrecht snel aanwezig. Dat wil echter nog niet zeggen dat u als belastingplichtige zich er steeds van bewust moet zijn geweest dat uw aangifte onjuist of mogelijk onjuist is. Schakel daarom voor het doen van aangifte een deskundige in. Is eenmaal een boete opgelegd of wordt dat aangekondigd, neem dan direct contact met ons op. Wij beschikken over de deskundigheid om een boete eventueel te voorkomen dan wel te beoordelen of die volgens de regelen der kunst is opgelegd. Mail ons voor een vrijblijvend gesprek.
Bron vergrijpboete door fout boekhouder
Rechtbank Gelderland d.d. 11 augustus 2020 (EVCLI:NL:RBGEL:2020:4012)
Vragen over vergrijpboete?
Meer weten van geen vergrijpboete door fout adviseur
- Wanneer krijgt u een vergrijpboete
- Geen vergrijpboete door fout belastingadviseur
- Vergrijpboete voor accountant
- Vergrijpboete notaris
- Vergrijpboete voor adviseur
- Vergrijpboete notaris als medepleger
- Boete Belastingdienst en strafrechter
- Boetes Belastingdienst
- Boete belastingadviseur
- Dubbele boete zelfde feit
- Vrijspraak belastingfraude
- Boete of fiscaal pleitbaar
- Boete inkeerregeling lager
- Boete bij navordering crypto