TBS vordering op B.V.
U heeft als DGA een vordering op uw B.V. of N.V. Wat zijn de fiscale gevolgen?
TBS vordering DGA op eigen B.V.
Een vordering van de DGA (directeur-grootaandeelhouder) valt onder de zogenaamde TBS-regeling. De door de B.V. betaalde rente is belast in box 1. Gezien het tariefsverschil tussen de Vennootschapsbelasting en de Inkomstenbelasting is dit normaal gesproken fiscaal en financieel ongunstig.
TBS vordering op BV "rechtens dan wel in feite direct of indirect
De terbeschikkingstellingsregeling (TBS-regeling) is een onderwerp dat regelmatig terugkomt in fiscale procedures. De uitspraak van Hof Arnhem-Leeuwarden van 18 februari 2025 (ECLI:NL:GHARL:2025:967) benadrukt hoe ruim de wetgever deze regeling heeft opgezet en welke lessen belastingplichtigen hieruit kunnen trekken. In deze blog bespreken we de belangrijkste inzichten en geven we praktische tips om fiscale risico's te beperken. Ook de kennisgroep van de belastingdienst heeft een nadere uitwerking gegeven over dit onderwerp (KG:059:2023:2), deze handelde over panden en de TBS regeling. Ook dit standpunt van de Kennisgroep (KG:003:2024:3) is lezenswaardig (over lening en TBS)
Wat was de kern van de zaak?
In deze casus had X geld uitgeleend aan een stichting, waarmee een BV, waarin hij een indirect aanmerkelijk belang had, een Services Agreement was aangegaan. X stelde dat de lening in box 3 viel, terwijl de Belastingdienst meende dat de TBS-regeling van toepassing was. Het hof oordeelde dat de lening indirect ter beschikking was gesteld aan de BV en dus in box 1 belast moest worden. Doorslaggevend was dat de stichting slechts een 'special purpose vehicle' was, gericht op risicobeperking en belangbehartiging voor X.
Belangrijkste lessen uit deze zaak
- De TBS-regeling heeft een brede reikwijdte De wet gebruikt expliciet de termen "rechtens dan wel in feite, direct of indirect" ter beschikking stellen. Dit betekent dat de regeling niet alleen geldt voor directe leningen aan een BV, maar ook voor structuren waarbij een intermediair wordt gebruikt. De Belastingdienst kijkt naar de economische realiteit en niet slechts naar de juridische vorm. Tip: Analyseer niet alleen de juridische documentatie, maar ook de feitelijke verhoudingen. Als een entiteit enkel als doorgeefluik fungeert, loopt u een risico dat de TBS-regeling alsnog wordt toegepast.\
- Special purpose vehicles bieden geen garantie op box 3-heffing. In deze zaak werd een stichting gebruikt als intermediair tussen X en de BV. Het hof oordeelde echter dat de stichting slechts een doorgeefluik was, waardoor de lening in feite indirect ter beschikking werd gesteld aan de BV. Tip: Als u overweegt om via een aparte entiteit te investeren, zorg dan voor een daadwerkelijke economische scheiding. Een entiteit zonder autonomie of met verplichte winstafdracht aan de BV zal snel als een verlengstuk van die BV worden gezien.
- Intentie van de belastingplichtige is ondergeschikt aan de feitelijke situatie. X stelde dat hij de lening puur als privébelegging had verstrekt en dus in box 3 viel. Het hof verwierp dit argument: de intentie doet er niet toe als de feitelijke situatie anders uitwijst. Tip: Zorg ervoor dat investeringsbeslissingen in lijn zijn met de gewenste fiscale behandeling. Een lening aan een entiteit die sterk verweven is met een BV waarin u een aanmerkelijk belang heeft, kan alsnog onder de TBS-regeling vallen.
- Controleer uw leningsovereenkomsten op beperkende voorwaarden. In deze zaak speelde ook mee dat de stichting niet vrij was om geld van derden te lenen. Dit versterkte het beeld dat zij afhankelijk was van X en daarmee slechts een tussenstation vormde. Tip: Let op contractuele bepalingen die de onafhankelijkheid van een entiteit beperken. De Belastingdienst en de rechter kijken naar zulke beperkingen als aanwijzing dat sprake is van een schijnconstructie.
- De Belastingdienst controleert achteraf – navordering is mogelijk. In deze zaak werd in eerste instantie de aangifte van X gevolgd, maar later volgde een correctie en navordering. Dit onderstreept het belang van een juiste initiële aangifte. Tip: Raadpleeg tijdig een fiscalist als u twijfelt over de fiscale behandeling van een lening. Een correctie achteraf kan niet alleen leiden tot extra belastingheffing, maar ook tot belastingrente en mogelijke boetes.
De uitspraak van Hof Arnhem-Leeuwarden bevestigt dat de TBS-regeling ruim wordt toegepast en dat belastingplichtigen moeten oppassen met financieringsstructuren die indirect aan een BV gelinkt zijn. Door vooraf de fiscale gevolgen goed in kaart te brengen en structuren kritisch te beoordelen, kunnen ongewenste verrassingen worden voorkomen. Heeft u twijfels over de fiscale gevolgen van een lening? Laat u dan adviseren door een specialist.
Rente op TBS-vordering
Een DGA leent geld in privé met als onderpand zijn eigen woning (hypotheek). Het geld wordt doorgeleend aan de B.V. De lening valt onder de TBS-regeling. De vraag is welke rente de DGA aan zijn B.V. moet rekenen. Volgens het Gerechtshof en de Hoge Raad moet worden gerekend met een opslag van 1%. Dus de DGA leent bij de bank tegen 3% en moet dan 4% rekenen aan zijn B.V.
Er moet dus worden gerekend met een zakelijke rente, zie hiertoe een arrest van de Hoge Raad uit 2011 en Hof-uitspraak uit 2015. Er wordt gekeken naar de volgende onderdelen:
- Rente op spaarrekening;
- Debiteurenrisico van de geldverstrekker (de DGA);
- Zekerheden;
- Aflossingsschema.
Afwaarderen TBS-vordering
Als een DGA zijn vordering op zijn B.V. wil afwaarderen, komt hij vaak in discussie met de Belastingdienst. De Belastingdienst neemt dan de stelling in dat sprake is van een zogenaamde onzakelijke lening. De vordering mag dan niet worden afgewaardeerd. Een oplossing hiervoor is dat de vordering wordt omgezet in aandelenkapitaal (zie hierna). Als de B.V. dan in de toekomst wel tot terugbetaling in staat is, kan het aandelenkapitaal weer worden omgezet in een lening, belaste opwaardering blijft dan achterwege. Dit werkt meestal niet omdat artikel 3.98a Wet Inkomstenbelasting dit in de weg staat. Fiscale advisering is dan ook noodzakelijk.
Er is meer dan voldoende rechtspraak voorhanden over de onzakelijke TBS-vordering of TBS-lening. Er zijn diverse uitspraken waar het fout ging voor de DGA, onder meer Gerechtshof Arnhem - Leeuwarden d.d. 28 maart 2017 of een arrest van de Hoge Raad uit 2018. Ook in een uitspraak van het Gerechtshof Den Haag uit 2019 worden de voorwaarden voor een onzakelijke lening duidelijk.
Belangrijke fouten die worden gemaakt:
- Geen leningsovereenkomst;
- Geen zekerheden;
- Geen duidelijk aflossingsplan;
- Geen begroting in de B.V. hoe geld moet worden terugbetaald;
- Op moment van verstrekken lening was al duidelijk dat geld niet zou kunnen worden terugbetaald;
- Onvoldoende gezocht naar externe financiers.
Het gelijk is echter niet altijd aan de Belastingdienst. In een uitspraak van het Gerechtshof Arnhem - Leeuwarden (ECLI:NL:GHARL:2013:7502) had de DGA zonder extra zekerheden en tegen een lage rente geld aan zijn B.V. geleend. Dit wil volgens de rechter echter nog niet zeggen dat hij op het moment van het verstrekken van de lening een onzakelijk debiteurenrisico heeft gelopen. De enkele stelling van de Belastingdienst dat de bank niet onder dezelfde voorwaarden wilde financieren is voor de rechter onvoldoende. De bewijslast dat in het zakelijke verkeer voor vergelijkbare leningen geen vast (hoog) rentepercentage bepaalbaar is, rust op de inspecteur resp. de Belastingdienst. Op het moment dat de lening wordt verstrekt draaide de B.V. prima. Uit dit arrest blijkt overduidelijk dat je bij een discussie de juiste stellingen moet innemen en ervaring moet hebben bij bezwaar- en beroepszaken, een deskundige fiscalist is hierbij noodzakelijk.
Ook in een latere uitspraak van het Gerechtshof Arnhem - Leeuwarden d.d. 25 oktober 2016 (ECLI:NL:GHARL:2016:8538) ging het voor de DGA goed. Ook in een recente uitspraak (Gerechtshof Arnhem - Leeuwarden d.d. 2 april 2019 ECLI:NLGHARL:2019:2893), viel de spreekwoordelijke bal voor de DGA de goede kant op.
Vordering meerderjarig kind onder TBS-regeling
De vordering van een derde (bijvoorbeeld een meerderjarig kind) valt in box 3. De rente is dan dus aftrekbaar in de B.V. en belast in box 3. Dit is een gunstige regeling, omdat de heffing in box 3 veelal lager is dan de aftrek in de B.V. De DGA zou dus (belastingvrij) geld kunnen schenken aan zijn zoon of dochter die dit dan aan zijn / haar B.V. leent. Bij een ongebruikelijke terbeschikkingstelling is de lening echter wel belast in box 1. Wat ongebruikelijk is, is vaak een grijs en onduidelijk gebied. U zou voor de lening moeten aansluiten bij de voorwaarden die banken stellen. Dus vraag een offerte aan bij uw bank en op grond van deze voorwaarden mag uw zoon of dochter ook geld lenen aan uw B.V. Gebrek aan zekerheden mag u compenseren met een hogere rente.
Vermijden van een TBS-vordering op de B.V.
U zou de lening als DGA kunnen omzetten in aandelenkapitaal (of informeel kapitaal). De lening wordt dan omgezet (of kwijtgescholden). Het beste is om deze route via de notaris formeel vast te leggen.
TBS-vordering bij DGA die in het buitenland woont
Als een DGA in het buitenland woont, is zijn wereldinkomen belast in zijn woonland. De TBS-vordering wordt meestal echter in Nederland belast (artikel 7.2 lid 2 letter c Wet IB) als resultaat uit overige werkzaamheden. Als er een belastingverdrag van toepassing is, zal het heffingsrecht vaak aan het woonland (buitenland) worden toegewezen. Nederland zal dan een bronheffing inhouden (meestal 10% - 15%).
Tips TBS-vordering
Bij een TBS vordering zijn een aantal zaken van belang:
- Vastleggen van de vordering in een leningsovereenkomst of rekening-courantovereenkomst, deze onder zakelijke voorwaarden (rente / aflossing. etc.) opstellen.
- Maak een begroting binnen de B.V. waarin u heeft vastgelegd hoe de schuld wordt terugbetaald.
- Vraag een offerte aan een bancaire instelling zodat de zakelijkheid kan worden aangetoond.
Bron rechtspraak TBS-vordering
Gerechtshof Arnhem - Leeuwarden d.d. 20 september 2016 (ECLI:NL:GHARL:2016:7591)
Hoge Raad d.d. 2 maart 2018 (ECLI:NL:HR:2018:292)
Gerechtshof ’s Hertogenbosch d.d. 27 maart 2015 (ECLI:NL:GHSHE:2015:1093